Structuur van het secundair onderwijs
Na het basisonderwijs start je kind in het secundair onderwijs. Dat is onderverdeeld in:
3 graden
- eerste graad (1ste en 2de leerjaar)
- tweede graad (3de en 4de leerjaar)
- derde graad (5de en 6de leerjaar, 7de jaar)
Studierichtingen
In de eerste graad krijg je een brede basisvorming. De meeste leerlingen starten in 1A. Leerlingen die liever al doende leren of die een leerachterstand hebben, kunnen terecht in 1B. In de 2de en 3de graad kiezen leerlingen een studierichting.
Elke studierichting heeft een specifieke finaliteit of doel en behoort tot een van de 8 studiedomeinen en 4 onderwijsvormen.
8 studiedomeinen
Er zijn 8 studiedomeinen of interessegebieden.
- STEM (Wetenschap en Techniek)
- Maatschappij en Welzijn
- Taal en Cultuur
- Kunst en Creatie
- Land- en Tuinbouw
- Economie en Organisatie
- Sport
- Voeding en Horeca
De studierichtingen uit het bso, kso en tso behoren tot 1 van die 8 studiedomeinen: ze zijn domeingebonden. De studierichtingen uit het aso behoren niet tot een studiedomein: ze zijn domeinoverschrijdend.
4 onderwijsvormen
Algemeen secundair onderwijs (aso)
- Theoretische vorming.
- Voorbereiding op het hoger onderwijs.
Beroepssecundair onderwijs (bso)
- Praktische vorming.
- De leerlingen leren een beroep.
Kunstsecundair onderwijs (kso)
- Algemene vorming en kunstvakken.
- De leerlingen werken kunstprojecten uit.
Technisch secundair onderwijs (tso)
- Algemene én technisch-theoretische vakken.
- De leerlingen kunnen een beroep uitoefenen of verder studeren.
- Praktijklessen.
3 finaliteiten
De finaliteit van een studierichting bepaalt wat je kind na het secundair onderwijs kan doen.
- Arbeidsmarkt (direct gaan werken = praktisch)
- Leerlingen die een opleiding in de arbeidsmarktfinaliteit afronden, behalen een diploma met onderwijskwalificatie niveau 3 (OK3). Daarmee kun je meteen starten met een job.
- Je kunt ook kiezen voor een 7de jaar na diploma OK3 of graduaatsopleiding om een diploma met onderwijskwalificatie niveau 4 (OK4) halen. Daarmee kun je starten met een bacheloropleiding.
- De arbeidsmarktfinaliteit bestaat uit studierichtingen van het bso (beroepssecundair onderwijs) en het buitengewoon onderwijs OV3.
- Je kunt in de arbeidsmarktfinaliteit kiezen voor duaal leren.
- Doorstroom (verder studeren in het hoger onderwijs = theoretisch)
- Leerlingen die een opleiding in de doorstroomfinaliteit volgen, behalen een diploma met onderwijskwalificatie niveau 4
(OK4). - Daarmee kun je een bacheloropleiding starten aan een universiteit of hogeschool.
- De doorstroomfinaliteit bestaat uit studierichtingen van het aso, tso en kso.
- Sommige studierichtingen zijn gebonden aan een studiedomein, andere zijn domeinoverschrijdend.
- Leerlingen die een opleiding in de doorstroomfinaliteit volgen, behalen een diploma met onderwijskwalificatie niveau 4
- Dubbele finaliteit (gaan werken of verder studeren)
- Leerlingen die een opleiding in de dubbele finaliteit afronden, behalen een diploma met onderwijskwalificatie niveau 4 (OK4).
- Je kunt meteen starten met een job. Je kunt een 7de jaar na diploma OK4 of graduaatsopleiding volgen. Of je kunt meteen starten met een bacheloropleiding in een hogeschool of universiteit.
- De dubbele finaliteit bestaat uit studierichtingen van het kso (kunstsecundair onderwijs) en tso (technisch secundair onderwijs).
- Je kunt in de dubbele finaliteit in de 3de graad kiezen voor duaal leren
Duaal leren
Vanaf de tweede graad, als je kind 15 of 16 jaar is, kan je kind in de arbeidsmarktfinaliteit en dubbele finaliteit kiezen voor duaal leren.
Ook interessant
Inschrijven in een Nederlandstalige secundaire school
Onderwijs Vlaanderen
Scholengids